Nieuws ‘Sneller, meer, goedkoper.’ Dat is de titel van het eerste conceptrapport van de onafhankelijke adviesgroep STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving), dat gisteren verscheen. Als het aan de adviesgroep ligt, gaan we sneller bouwen, op meer plekken en voor een lagere prijs.
Voorzitter Friso de Zeeuw (adviseur gebiedsontwikkeling, emeritus-hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en oud-directeur van gebiedsontwikkelaar BPD) van STOER vertelde begin dit jaar al over zijn rol op Gebiedsontwikkeling.nu en de ambities van de adviesgroep. Deze werd door minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) in het leven werd geroepen. “Deze operatie heeft drie doelstellingen: meer, sneller en goedkoper bouwen. Dat moet eruit komen. Voor de grote, complexe gebiedsontwikkelingen moet het na deze operatie voor ontwikkelende partijen, gemeenten en provincies merkbaar zijn dat er snelheid gemaakt wordt. Onderdelen in het ontwikkelproces moeten goedkoper worden en op die manier moeten meer woningen gebouwd kunnen worden.”
“Meer woningen betekent ook dat we misschien onze blik verruimen op plekken waar nu volgens de ideologie van water en bodem sturend niet gebouwd mag worden. Ga nou uit van wat er wel kan en schets daarvoor goed de voorwaarden. Dan moeten er eisen gesteld worden. En kijk dan of we bepaalde normen centraal kunnen afspreken. Het is een belangrijke keuze: wat is nu zinvol om centraal vast te leggen en wat is gebiedseigen? Dat wordt een belangrijke discussie.”
Gecompliceerd
Gisteren verscheen conceptrapport STOER fase 1, met daarin de eerste voorstellen om de woningbouwproductie te vergemakkelijken en te versnellen. De verscheidenheid aan voorgestelde maatregelen is enorm. Van korte termijnacties op het gebied van netcongestie of binnen het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (‘sta steilere trappen toe, dat is goedkoper bouwen’) tot grote uitspraken over het afwegingskader om tot een klimaatadaptieve gebouwde omgeving te komen. Een van de meest in het oog springende hoofdstukken gaat over het tegengaan van de “langdurige procedures” die de woningbouwontwikkeling vertragen. “De adviesgroep komt met een aantal adviezen waar een stevige tijdswinst mee is voorzien. Onze voorstellen zijn ingrijpend en bedoeld als aanscherping van de Wet regie versterking volkshuisvesting.”
Het is een gecompliceerd instrument dat in de voorstellen tot nu toe ook geheel publiekrechtelijk wordt vormgegeven
Een concreet voorstel is om het hoger beroep tegen omgevingsvergunningen voor woningbouwprojecten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) te schrappen. “Gelet op de gemiddelde doorlooptijd van een hoger beroep scheelt dat circa anderhalf jaar proceduretijd. Dit betekent dat de rechtbanken in eerste en enige aanleg oordelen over omgevingsvergunningen voor woningbouwprojecten.”
Opvallend is dat de adviesgroep ook de mogelijke invoering van bepaalde regelgeving als vertraging ziet. Zo stelt STOER dat een planbatenheffing, ondanks het positieve advies dat naar voren komt in een onderzoek dat in opdracht van een ander ministerie is uitgevoerd, potentieel de woningbouwplanning kan vertragen. “Het is een gecompliceerd instrument dat in de voorstellen tot nu toe ook geheel publiekrechtelijk wordt vormgegeven en daarmee het dominante, en redelijk succesvolle Nederlandse onderhandelingsspoor van de anterieure overeenkomst doorkruist.”
Reageren
Verder doet STOER ook voorstellen om het bouwen rondom het spoor en luchthavens makkelijker maken, bijvoorbeeld door de regelgeving inzake geluidsoverlast aan te passen. En de adviesgroep wil het afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving wijzigen en zo “functiecombinaties van ‘water’ en ‘woningbouw’ opzoeken, zowel bij de vraag ‘waar bouwen’ als ‘hoe bouwen’. Dat levert meer woningen op.” Dat betekent in de praktijk dat bijvoorbeeld het drijvend bouwen in uiterwaarden en “robuust en drijvend bouwen” rond enkele grote meren in Nederland mogelijk wordt gemaakt.
Tot 11 april heeft iedereen via een online formulier de mogelijkheid te reageren op alle voorstellen uit het conceptrapport. “Na afloop van de reactietermijn beoordeelt de adviesgroep de reacties en rondt zij het definitieve adviesrapport van de eerste fase af. Dit rapport wordt vervolgens aan het kabinet aangeboden. Daarna volgt de tweede fase van het traject, waarvan het vervolgrapport in de zomer van 2025 wordt verwacht.”
Cover: ‘De IJssel’ door Jan Peter Jansen (bron: Shutterstock)