Verslag Op 27 maart vormde de voormalige Prodentfabriek in Amersfoort wederom het decor voor het SKG Jaarcongres, dé jaarlijkse ontmoeting van ruim 200 gebiedsontwikkelaars uit allerlei disciplines. De samenwerking tussen publieke, private en maatschappelijke partijen was de rode draad in het congresprogramma. Nederland staat voor grote transities en nieuw vertrouwen is nodig om die voortvarend met elkaar te kunnen oppakken.
Hier is de aftermovie van het Jaarcongres te zien. De verslagen van de deelsessies worden op korte termijn gepubliceerd.
SKG-bestuurslid en penningmeester Tobias Verhoeven (CEO van gebiedsontwikkelaar Synchroon) opende het congres. Hij schetste dat gebiedsontwikkelaars momenteel op tal van plekken actief zijn: in de stad, aan de randen ervan (wat die ook mogen zijn) en in het buitengebied. Daar spelen zich tal van uiteenlopende opgaven af, naar complexiteit, historie van het gebied en programma. “Wat ze gemeen hebben, is de behoefte aan vertrouwen. In mensen, in de kennis die wordt ingebracht, in de besluitvorming. Dat vertrouwen is niet vanzelfsprekend en staat zelfs onder druk. Er is sprake van vooroordelen, frustratie en irritatie, wat uiteindelijk tot stagnatie en juridisch getouwtrek kan leiden.”

‘SKG Jaarcongres 2025’ door Sander van Wettum (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)
Deze situatie in het veld is volgens Verhoeven deels te verklaren doordat de ruimte schaars is en Nederland niet groter wordt: “De posities zijn ingenomen en de lat ligt hoog. De ambities tuimelen over elkaar heen. Daarom zijn er oprechte gesprekken nodig en de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling wil daar graag bij helpen. In vijf jaar tijd is het aantal leden van de SKG verdubbeld en hebben we onze activiteiten verder kunnen verbreden. Daarmee hopen we bij te dragen aan het beantwoorden van nieuwe vragen en dilemma’s.”
In die beantwoording mag een stuk positiviteit niet ontbreken, zo maakte de eerste keynote spreker Paul ’t Hart duidelijk. De voorvechter van de ‘positieve bestuurskunde’, in het dagelijks leven werkzaam aan de Universiteit Utrecht, koos ervoor om in zijn inleiding te benadrukken wat er wél goed gaat in de wereld van gebiedsontwikkeling.
In zijn onderbouwing verwees ’t Hart regelmatig naar de recent verschenen publicatie ‘Zo kan het ook’, die hij schreef met Erik-Jan van Dorp en Wouter Jan Verheul. “We hebben hier opvallend veel ruimtelijke voorbeelden in kunnen opnemen en hopelijk kan dat inspireren.” Op macroniveau lijkt er volgens ’t Hart sprake te zijn van “traumatiserend falen” van de overheid, getuige vernietigende koppen in allerlei media – zeker na afloop van de toeslagenaffaire. “Het duidt op het weglekken van vertrouwen en van zelfvertrouwen.” Tegelijkertijd blijkt uit vergelijkend onderzoek dat de Nederlandse overheid het consequent goed doet op variabelen als goed bestuur, participatie, het waarmaken van beloftes en de effectiviteit. “Op een geaggregeerd niveau doen we het dus goed, maar we voelen ons er slecht over.”

‘SKG Jaarcongres 2025’ door Sander van Wettum (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)
De genoemde positieve bestuurskunde probeert de somberheid te doorbreken door niet te focussen op de problemen. Dat levert alleen maar reactieve en defensieve vormen van leren op, gecombineerd met vaak het verscherpen van toezicht. “Door te kijken naar wat er wél goed gaat, richten we de aandacht op het ‘toebewegen naar’ en het ‘inspireren door’.” Aan de hand van vier ruimtelijke projecten liet ’t Hart zien hoe gebiedsontwikkelingen het goed kunnen doen: programmatisch, procesmatig, politiek-bestuurlijk en in termen van een duurzaam eindresultaat. Het voorbeeld van ‘Ruimte voor de Rivier’ maakt duidelijk hoe het vervlechten van doelen (bescherming tegen het water én ruimtelijke gebiedskwaliteit) positief kan uitpakken. “We gingen hier van de logica van civiele engineering en ‘matenwerk’ naar het belang van relationeel werken en ‘mensenwerk’. Bij projecten als deze is geen sprake van een traditioneel lineair proces; partijen gaan tegenslagen meemaken en dan is de relatie tussen mensen cruciaal.”
Positieve lessen
De casus van de Nijmeegse Vinex-locatie Waalsprong haalde ’t Hart aan om te wijzen op het ‘orkestreren’ van een gebiedsgerichte publiek-private samenwerking, waarin geen van de partijen de baas is maar sprake van is van ‘collaborative governance’ c.q. een erkenning van onderlinge afhankelijkheden. Bij het derde voorbeeld, het Utrechtse stationsgebied, kwam het gedachtengoed van hoogleraar Geert Teisman langs: maak projecten beter haalbaar door ze juist complexer te maken en er meer ambities aan toe te voegen. Ook de projecten De Groene Loper (Maastricht) en Ooijpolder hebben zo hun positieve lessen voor gebiedsontwikkelaars, met principes als de “georkestreerde informaliteit”, de “boundary spanner” (een projectleider bewust de grenzen opzoekt en oprekt) en het ruimte geven aan lokale trekkers.

‘SKG Jaarcongres 2025’ door Sander van Wettum (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)
’t Hart sloot zijn betoog af met drie lessen: Institutionaliseer het waarderend onderzoeken, analyseer wat er ‘gewoon goed gaat’, doorbreek de angst voor risico’s en fouten en stuur meer op verlangen, drive en trots. En tot slot: orkestreer en doe het relationele werk. Dat ligt aan de basis van succesvolle gebiedsontwikkeling. In de levendige discussie die zich na afloop ontspon, wees ’t Hart nog diverse factoren die aan dit alles kunnen bijdragen. Zo noemde hij bijvoorbeeld het geven van voldoende mandaat aan deelnemers in projectteams, ook in relatie tot de ‘veelkoppigheid’ van sommige partijen.
Dat partijen hier en nu niet dezelfde belangen hebben, betekent nog niet dat ze elkaar relationeel wantrouwen
Met name bij overheden komt het (te) vaak voor dat teamleden terug moeten naar hun superieuren en zelf geen beslissingen mogen nemen. Partijen moeten er goed op letten welke medewerkers ze op projectniveau de arena in sturen: “Wat zijn de goede grenswerkers? Daarbij gaat het om andere kwaliteiten dan leiderschap volgens de traditionele hiërarchische definitie. Er is behoefte aan mensen met empathie en soft skills, die een zekere recalcitrantie hebben ten opzichte van de eigen organisatie en hoe die is opgebouwd.”

‘SKG Jaarcongres 2025’ door Sander van Wettum (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)
Over het veelgenoemde begrip ‘wantrouwen’ (dat volgens een korte meningspeiling in de zaal wel degelijk speelt bij gebiedsontwikkeling) merkte ’t Hart op dat dit juist met een gezonde portie scepsis moet worden bejegend: “Dat partijen hier en nu niet dezelfde belangen hebben, betekent nog niet dat ze elkaar relationeel wantrouwen. Taal doet ertoe en als we steeds over ‘wantrouwen’ praten, is dat extra zuurstof voor zo’n negatief begrip. Laten we de onderlinge verschillen erkennen en van daaruit kijken hoe er dingen van de grond kunnen komen.” In dat verband introduceerde ’t Hart nog een waardevolle metafoor voor een zogenaamde stop-interventie: “Soms helpt het om een proces bewust even stil te leggen. Ga als het ware op het balkon staan dat de dansvloer overziet en spreek tegen elkaar uit: wat neem je waar en wat neem je waar? Dat is een vorm van ‘non-violent communication’: spreek naar de ander uit wat zijn of haar gedrag bij jou teweegbrengt.”

Keynote Arno Folkerts
‘SKG Jaarcongres 2025’ door Sander van Wettum (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)
Het derde en laatste onderdeel van het plenaire deel van het SKG Jaarcongres werd gevormd door de uitreiking van de SKG Award. De drie genomineerde gebiedsontwikkelingen waren: Hart van de Waalsprong in Nijmegen, World Food Center in Ede en Dreven, Gaarden en Zichten in Den Haag. Ook bij deze drie gebiedsontwikkelingen kwam vertrouwen terug als belangrijke succesfactor: in hetzelfde verhaal stappen, werken met vaste teams, het opstellen van gouden regels, bewoners meenemen in het proces en hen een nieuw perspectief geven. Juryvoorzitter Paul Gerretsen schetste hoe de jury te werk is gegaan en gaf aan dat de sociaal-maatschappelijke belofte die uitgaat van het project Dreven, Gaarden en Zichten in Den Haag Zuidwest de doorslag gaf. Ook de twee andere genomineerden ontvingen de nodige lovende woorden.
Cover: ‘SKG Jaarcongres 2025’ door Sander van Wettum (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)